0529 - 469 280 Woensdag t/m zaterdag van 11 tot 17 uur en op afspraak.
  • Nederlands
    • Engels

Henriëtte Ronner-Knip

1821 - 1909

Henriëtte Ronner-Knip komt uit een bekend schilders geslacht. Haar vader Josephus Augustus Knip was een uitstekend vee schilder en gaf privé les aan prinses Marianne en adellijke dames. Henriëtte Ronner Knip schildert al op jonge leeftijd dieren in verschillende houdingen. Het Rijksprentenkabinet in Amsterdam heeft een album in haar bezit met vroege tekeningen van Henriëtte. In 1848 werd ze als eerste vrouwelijk werkende lid toegelaten tot kunstenaarsvereniging Arti en Amicitiae. De band met Arti zou voor de rest van haar leven blijven bestaan.

Haar vader adviseert haar om ook buiten te schilderen om zo de natuur goed in zich op te laten nemen. Als ze elf wordt krijgt Henriëtte Ronner een schildersezel met verf en kwasten cadeau. Vanaf die tijd schildert ze van ’s morgens vroeg tot ’s avonds, soms in de natuur dan weer in haar atelier.

Het ijverige werken van Henriëtte Ronner werpt zijn vruchten af en haar werk krijgt steeds meer waardering. Ze houdt contact met kunsthandelaren in binnen- en buitenland en neemt deel aan exposities. In 1850 trouwt Henriette met Feico Ronner en verhuizen ze naar Amsterdam. Daar neemt ze deel aan de jaarlijkse verkooptentoonstelling ‘Levende Meesters’ en aan de tentoonstelling van Arti et Amicitiae.

Om haar werk meer onder de aandacht te brengen en zo een groter publiek te bereiken verhuist het echtpaar Ronner in 1850 naar Brussel. Hier worden grote overzichtstentoonstelling georganiseerd van internationale meesters. Veel Haagse School schilders zijn in die periode enige jaren actief in Brussel.

Henriëtte Ronner-Knip krijgt vier kinderen. De zorg voor haar kinderen kost veel tijd en daardoor kan ze niet meer veel in de vrije natuur werken. Ze begint met het schilderen van kleinere dieren in haar atelier. In het begin honden en na later katten in al hun doen en laten. Een doorbraak in haar carrière is de gouden medaille die ze krijgt voor haar hondenschilderij Le mort d’un ami op een tentoonstelling in 1861 in Den Haag. Vanaf de jaren zeventig verdiept ze zich meer in het schilderen van katten.

Vaak worden jonge katjes weergegeven die spelen onder het toeziende oog van hun moeder. De omgeving waarin de dieren zich klimmend, stoeiend of dommelden bevinden, is bijna altijd een zorgvuldig afgewogen decor met elegante attributen. Deze kwamen bijna altijd uit het bezit van Henriette Ronner zelf of waren geleend van een antiquair. Onhandig en brutaal bewegen de jonge dieren zich dan op een schilderspalet, balanceren op een wereldbol of beklimmen een grote parasol.

Henriëtte Ronner-Knip is uitzonderlijke goed in het schilderen van de vachten, houdingen en uitdrukkingen van de poezen. De huiselijke en gezellige taferelen met katten in verschillende poses zijn erg gezocht. Deze taferelen maken haar heel beroemd. Ze breekt internationaal door en krijgt meerdere onderscheidingen voor haar inzet en vakbekwaamheid.

Henriëtte Ronner wordt gerekend tot de wegbereiders van de dierschilderkunst in de 19e eeuw. Verschillende musea in Nederland en het buitenland hebben werk van haar in de collectie, waaronder het Dordrechts museum, het Rijksmuseum en het Haags gemeentemuseum.

  • Nederlands
    • Engels