0529 - 469 280 Woensdag t/m zaterdag van 11 tot 17 uur en op afspraak.
  • Nederlands
    • Engels

Anton Rooskens

1906 - 1976

Anton Rooskens wordt op 16 maart 1906 in Griendtsveen geboren, een klein dorp in Limburg. Na een opleiding aan de technische school in Venlo gaat hij werken bij een instrumentenbouwer. Anton Rooskens is als schilder een autodidact die zijn inspiratie haalt uit het werk van Vincent van Gogh. Met expressionistische toets schildert hij het Limburgse landschap. Samen met andere schilders trekt hij eropuit om, net als zijn voorbeeld Van Gogh, met krachtige toets korenvelden, boerderijen en dorpsstraatjes vast te leggen.

In 1935 verhuist Anton Rooskens naar Amsterdam. Hier komt hij in contact met het werk van Constant Permeke, een belangrijke vertegenwoordiger van het Vlaams expressionisme. En met de kunstenaar Jan Sluijters die op dat moment een gevierd schilder is. Zijn kleurgebruik en manier van schilderen zijn van invloed op Anton Rooskens. Beide schilders zijn zeer actief, reislustig en hebben qua schilderstijl vele verschillende ontwikkelingen doorgemaakt.

Na een bezoek aan een tentoonstelling in het Rijksmuseum met beelden uit Nieuw-Guinea raakt Rooskens in de ban van de primitieve kunst. Zijn werken worden abstracter en tonen minder perspectief. Als  Anton Rooskens gevraagd om deel te nemen aan de tentoonstelling Jonge Schilders in het Stedelijk Museum krijgt zijn werk lovende kritieken. In 1947 gaat Anton Rooskens, net als Corneille en Karel Appel, naar Parijs. De stad waar op dat moment de vooruitstrevende kunstenaars van Ecole de Paris zoals Picasso en Braque actief zijn.

In 1948 is Anton Rooskens één van de oprichters van de Nederlandse Experimentele Groep. Samen met onder andere Constant, Corneille, Karel Appel en Eugène Brands vormen zij een groep waarbij wordt opgeroepen tot bevrijding van fantasie en creativiteit. Vooral Constant schrijft veel manifesten, een bekende uitspraak van hem is: ‘Een schilderij is niet een bouwsel van kleuren en lijnen, maar een dier, een nacht, een schreeuw, een mens of dat alles samen’. Eind 1948 gaat deze groep in Parijs over in de COBRA beweging.

De creativiteit en spontane manier van schilderen van de COBRA beweging is belangrijk voor de ontwikkeling van Anton Rooskens. Alleen gaat hij niet in navolging van Appel en Corneille naar Copenhagen om daar in contact te komen met Deense kunstenaars. Hij voelt zich meer aangetrokken tot Afrika en Zuid-Amerika.

Anton Rooskens wordt enkele keren uitgenodigd om deel te nemen aan de tentoonstelling voor de Salon Réalités Nouvelles in Parijs. Het werk dat hij toont zijn geometrische abstracte landschappen  met inheemse motieven. In de jaren zestig en zeventig komt de invloed van de COBRA signatuur weer tot uiting in zijn werk. Hij schildert fantasiedieren en net als Corneille het vogelmotief. Een symbool van een dynamisch teken van leven.

In 1976 en 1977 was er een overzichtstentoonstelling van Anton Rooskens te zien in Nederland, België en Duitsland.

  • Nederlands
    • Engels