0529 - 469 280 Woensdag t/m zaterdag 11-17 uur en op afspraak

George Martens

1894 - 1979

George Martens schilder van de Groninger Ploeg

George Martens (1894-1979) is geboren en getogen in Groningen. Hij is een van de oprichters van De Ploeg, het kunstenaarscollectief dat een belangrijke rol speel bij de ontwikkeling van de moderne kunst in het Groningen. De Ploeg zet zich met name af tegen het dan heersende, behoudende kunstklimaat. Naast George Martens zijn Johan Dijkstra en Jan Wiegers nauw betrokken bij de oprichting – en invulling – van De Ploeg.

George Martens groeit op in een gezin waar kunst op een vanzelfsprekende manier aanwezig is. Van zijn vader, die zich als amateur toelegt op het schilderen van zeegezichten, krijgt hij zijn eerste schilderslessen. Op twintigjarige leeftijd gaat Martens naar de Minerva Academie in zijn geboortestad.

Hoewel George Martens zijn carrière begint met het schilderen van portretten – veelal in opdracht – is hij vooral bekend geworden door de levendige en kleurrijke manier waarop hij het Groningse stadsleven weergeeft. Hij houdt van de bedrijvigheid van de stad. En Martens is als zijn schilderijen: vrolijk en kleurrijk.

Schilder met een eigen expressionistische stijl

George Martens ontwikkelt zijn eigen expressionistische stijl en met zijn scherpe en analytische blik weet hij de stad en de stadsmens op dynamische en spontane wijze te verbeelden. Met veelal snel aangebrachte verfstreken zet George Martens in onrealistische kleuren zijn blik op de stad neer. Hij schildert ook veel kermis- en circustaferelen, in dezelfde onstuimige stijl, met dezelfde speelse en uitbundige kleuren. Maar Martens is van meer markten thuis: hij waagt zich ook aan landschappen en stillevens. Ook ontwerpt hij wandkleden en vindt hij het interessant om houtsneden te maken. Daarnaast is Martens een sportieve man, hij houdt van voetballen, schaatsen en van de motorsport. Zijn liefde voor de sport legt hij ook vast in zijn schilderijen.

Martens trouwt met Alida Pott, een kunstenaar die hij leert kennen als ze beiden studeren aan de kunstacademie van Groningen. Het schildersechtpaar beïnvloedt elkaar zonder dat ze hun eigenheid verliezen. Als Alida, de liefde van zijn leven, in 1931 vroegtijdig overlijdt, verdwijnt de expressieve toets uit Martens’ werk. Zijn schilderijen worden rustiger van toon en uitstraling. Een paar jaar na de dood van Alida trouwt Martens opnieuw. Met zijn tweede vrouw Carla Uithof trekt hij zich regelmatig terug op een imposante tjalk die hij Alida heeft gedoopt. Gezeten op het dek van de schuit maakt Martens meerdere tekeningen en schetsen die de basis vormen voor latere schilderijen. Zijn gezondheid speelt hem vanaf de jaren vijftig parten. Toch blijft hij zijn leven lang een geliefd kunstenaar. De schilderijen uit zijn expressionistische periode – tussen 1925 en 1932 – worden als zijn beste werken beschouwd.