Deze werken zijn te koop
Coba Ritsema
Aan het begin van de twintigste eeuw behoorde Coba Ritsema (1876–1961) tot de crème de la crème van de Nederlandse kunstwereld. Ze maakte nationaal én internationaal furore, exposeerde veel en verkocht goed. Toch is haar naam vandaag bij het grote publiek nauwelijks bekend. Na haar overlijden in 1961 raakte ze langzaam in de vergetelheid. En dat is volkomen onterecht.
Coba Ritsema was een van de eerste vrouwen die voltijds mocht studeren aan een Nederlandse kunstacademie: de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Ze kreeg onder meer les van August Allebé. Het was in die tijd uitzonderlijk dat vrouwen naar de kunstacademie gingen. Vrouwen kregen vaak apart les, in speciale klassen, en hun artistieke ambitie werd niet altijd serieus genomen. Juist in die omgeving ontwikkelde Ritsema haar solide, realistische werkwijze - een basis die haar hele carrière zou dragen. Na haar opleiding wilde ze nog les van George Hendrik Breitner, beroemd om zijn kimonomeisjes. Maar hij weigerde. Volgens de overlevering vond Breitner haar al te goed: ze had zijn lessen niet meer nodig.
Amsterdamse Joffers
Coba Ritsema was lid van kunstenaarsverenigingen Arti et Amicitiae en Sint Lucas. Ook behoorde ze tot de Amsterdamse Joffers, een groep succesvolle vrouwelijke kunstenaars die hun eigen plek opeisten in het overwegend mannelijke kunstcircuit. Ritsema kon als onafhankelijke vrouw leven van haar werk. Ze woonde en werkte bijna zestig jaar in Amsterdam, waar haar atelier een ontmoetingsplek werd voor jonge modellen uit de buurt.
Haar stijl was figuratief, vrij en herkenbaar door de losse, trefzekere toets. In haar tijd gold ze als modern. Haar zwierige penseelstreek doet denken aan haar grote voorbeeld Frans Hals. Dat is geen toeval: Ritsema groeide op in Haarlem, vlak bij het Frans Hals Museum, waar ze zijn werk van dichtbij kon bestuderen. Net als Hals wist zij met een paar rake toetsen een persoonlijkheid neer te zetten.
Turquoise lap stof
Ritsema schilderde veel figuren van op de rug bezien. Dat geeft de voorstelling iets intiems, alsof de toeschouwer ongemerkt een persoonlijk moment binnenstapt. Soms schuurt haar losse schilderwijze tegen abstractie aan. Van dichtbij lossen details op in kleurvlakken en streken; pas op afstand vormen ze weer een overtuigend geheel. Dat spel tussen figuratie en verfbehandeling maakt haar werk spannend en levendig.
Een terugkerend element in het werk van Coba Ritsema is een turquoise lap stof. Het lijkt haar favoriete accessoire. Maar het is meer dan een decoratief element, ze kon er vooral haar uitzonderlijke gevoel voor kleur mee tonen. In het turquoise schuilen talloze tinten: groen, roze, oker, blauw. Zelfs in ogenschijnlijk witte jurken wemelt het van subtiele kleurnuances.
Ritsema bleef haar hele leven trouw aan haar stijl. Ze was misschien geen radicale vernieuwer, maar haar gevoel voor kleur, compositie en karakter maken haar tot een kunstenaar van formaat. Coba Ritsema verdient haar plek terug in de spotlight, als de succesvolle, zelfstandige en eigenzinnige kunstenaar die zij was.