Rob Graafland keert na zijn opleiding aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam terug naar zijn geboortestad Maastricht om er tekenleraar te worden aan het Stadsteekeninstituut.

Graafland krijgt veel voldoening uit het lesgeven. Hij is een enthousiaste leermeester, een inspirator voor velen. Hij brengt kunstenaars in de dop niet alleen technische vaardigheden bij, hij onderwijst ze ook in de algemene cultuur- en kunstgeschiedenis. Ook neemt Rob Graafland zijn leerlingen vaak mee naar buiten om ‘en plein air’ te schilderen. Graafland wordt geprezen dat hij het maximale uit zijn leerlingen weet te halen.

Om meer jonge mensen de kans te geven hun kunstzinnige talent verder te ontwikkelen, richt hij aan het begin van de vorige eeuw de Zondagsschool voor Decoratieve Kunsten op, ook wel de Zondagsschilderschool genoemd.

Zelf schildert Rob Graafland aanvankelijk in overwegend sombere Rembrandt-achtige tinten, zo had hij het geleerd op de academie. Maar vanaf het voorjaar van 1911 – met de verhuizing naar een nieuw groot huis even buiten Maastricht – vindt hij een stijl waarmee hij het gelukkigst is. Graaflands werk wordt lichter van toon, met idyllische onderwerpen in sprankelende kleuren. Dit nieuwe werk valt het beste te omschrijven als impressionistisch met een romantische inslag. Het is een stijl die perfect aansluit bij Graaflands romantische, ietwat dromerige inborst.

Deze pastel Meisje in bloementuin is daar een mooi voorbeeld van. Gebiologeerd kijkt het kind naar de klaprozen in haar handen. Het is een lieflijk tafereel in frisse, opgewekte kleuren.

Hoewel veel van zijn schilderijen zonnig en licht van sfeer zijn, barstensvol levensvreugde, is zijn eigen leven niet altijd even makkelijk door financiële tegenslagen en langdurige depressies. In 1940 overlijdt hij aan de gevolgen van kanker.