Voor Jan Sluijters is het vak van kunstenaar niets anders dan een roeping. De vooruitstrevende en zeer productieve kunstenaar – er zijn meer dan drieduizend werken aan hem toegeschreven – wordt samen met Piet Mondriaan en Leo Gestel gezien als de pionier van het Nederlands modernisme. Als Jan Sluijters op 25-jarige leeftijd de prestigieuze Prix de Rome wint, gaat hij op studiereis naar Italië en Spanje om daar de kunst van klassieken te bestuderen. Ter plekke maakt hij tientallen tekeningen. Hij doet op die reis ook Parijs aan. Sluijters is gefascineerd door het kunstklimaat in Parijs aan het begin van de twintigste eeuw. Parijs, de zinderende stad waar je als kunstenaar moet zijn. Dáár gebeurt het.

Jan Sluijters dompelt zich onder in het Parijse culturele leven en als een spons zuigt hij alle vernieuwingen op die er op dat moment gaande zijn in de Franse lichtstad. Hij ziet er werk van onder meer Van Gogh, Cézanne, Gauguin en ontmoet er een aantal beroemde fauvisten. Vooral de fauvistische landschappen van André Derain en Maurice de Vlaminck maken veel indruk op Sluijters en beïnvloeden zijn stijl. Met name zijn kleurgebruik wordt uitbundig en temperamentvol.

Eenmaal terug in Nederland blijft Jan Sluijters experimenteren met stijl en kleur, maar blijft hij trouw aan het realisme. Vanuit zijn atelier in Amsterdam trekt hij vaak met zijn schildersspullen eropuit. Naar de Zaanstreek bijvoorbeeld, waar hij dit op en top Hollandse tafereel schildert. De diepe, intense kleuren – die werkelijk van het doek spatten – versterken elkaar. Het is een zonovergoten dag, met een prachtig helder licht. Lange tijd was de exacte locatie niet bekend, maar een paar jaar geleden is die met behulp
van onder meer bewoners uit de buurt vastgesteld. Aan de hand van foto’s en persoonlijke herinneringen weten we nu dat Sluijters op de Westzanerdijk zat toen hij de molen De Tweeling schilderde. In de verte zien we Zaandam opdoemen. Het groene huisje en de brug bestaan vandaag de dag, meer dan honderd jaar na dato, nog steeds.