Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) is een van de prominentste kunstenaars van de Haagse School. Als kunstenaar is Mesdag een laatbloeier. Hij start zijn loopbaan als effectenhandelaar, wat wellicht niet zo wonderlijk is: zijn vader is een Groningse bankier. Mesdag is al 35 jaar als hij besluit zijn hart te volgen en zich volledig te richten op de kunst. In Brussel volgt hij een driejarige kunstopleiding. Vanaf het einde van de jaren zestig van de negentiende eeuw legt hij zich toe op het zee- en strandgezicht. Hij huurt een kamer in Scheveningen met uitzicht op het strand om studies naar de natuur te maken. In 1869 vestigt hij zich definitief als schilder in Den Haag.

Mesdag wordt beschouwd als een van de beste zeeschilders die ons land ooit gehad heeft. Hij schildert ‘als drong de zilte zeelucht onze neusgaten en longen binnen, als voelen wij de frissche strandbries ons door de lokken spelen, als hoorden wij de branding ruischen en bruischen’, schrijft een tijdgenoot.

Hij heeft honderden zeegezichten gemaakt. Hij schildert de zee in elk seizoen, op elk tijdstip van de dag en bij elk weertype, met of zonder strand, met of zonder boten. Die boten schildert hij op volle zee, in de branding of als ze op het strand worden getrokken, want in die tijd is er nog geen haven in Scheveningen.

Mesdag schildert bovendien allerlei aspecten van het vissersleven: garnalenvissers, schelpenvissers, reddingsboten maar vooral bomschuiten bij het uitvaren of het thuiskomen. Ook de bedrijvigheid op het strand is een thema waar Mesdag zich graag mee bezighoudt. De vissersvrouwen in Scheveningse klederdracht doen hun werk op het strand, ze wachten tot de verse vis op het strand wordt uitgeladen en gesorteerd, paarden trekken de karren voort.

In 1870 wint hij met het zeestuk De branding van de Noordzee een gouden medaille op de Parijse Salon; in de decennia daarna zal hij nog vele malen voor die tentoonstelling geselecteerd worden, evenals voor de Biënnale van Venetië.

Natuurlijk kennen we Mesdag ook van het beroemde Panorama Mesdag (1881), dat vandaag de dag nog steeds te bezichtigen is in Den Haag. Het panaroma, een historisch monument waarbij Mesdag gebruik maakte van trompe-l’oeil, is een vergezicht op de zee, de duinen en het oude vissersdorp met de opkomende badplaats. Met zijn enorme afmeting van 120 bij 14 meter is het het grootste schilderij van ons land. Zijn vrouw Sientje van Houten – de Groningse kunstenares waarmee hij op 23 pril 1856 trouwt – heeft ook mee geschilderd aan het gigantische kunstwerk. Net als bijvoorbeeld George Hendrik Breitner.

Behalve een uitstekend kunstenaar is Mesdag een verwoed verzamelaar van kunst. Hij heeft een voorliefde voor schilderijen van de School van Barbizon. De meer dan tweehonderd kunstwerken heeft hij geschonken aan de Nederlandse Staat.