Wim Oepts, geschilderde strijd

Wim Oepts, de lichtschilder

Menigeen heeft het wel eens ervaren, het licht van de Provence en de Méditerranée. De tinteling die het teweegbrengt, op de huid en in de ziel. Het is poederachtig, warm, en vervormt alles -van bodem tot blauw hemelgewelf- tot een zachtere vorm van zichzelf. Het is fascinerend. De geur van de pijnbomen, van de warme, mineralige grond en van een lichte zeebries; het is simpelweg hypnotiserend. Het licht zorgt voor de schrille contrasten, voor de scherpe donkerten van de schaduwen. En het is precies dat licht, dat zo vormend is geweest voor Wim Oepts.

Frankrijk had een magische aantrekkingskracht op kunstenaars en ook Willem Anthonie Oepts liet het beslist niet ongeroerd. Wim Oepts begon zijn carrière als schilder in Nederland, maar na zijn eerste kennismaking met Frankrijk, was de inlijving begonnen; alsof het Franse leven hem langzaam maar zeker binnenhengelde, zo scheurde Oepts zich los van zijn Nederlandse leven. Van zijn Hollandse liefde, van zijn overtuigingen, van de invloeden van Charly Toorop en consorten. Het had zijn automatische piloot overgenomen, en intuïtief  ontwikkelt hij zich verder als schilder. Hij vindt Marthe, de vrouw van zijn leven, hij ontdekt door haar het Franse zuiden en geniet met volle teugen van alle indrukken.

Een grote schisis was de oorlog; Wim Oepts vertrekt naar Londen om te werken als ‘war artist’. Hij raakt betrokken bij de oorlogsvoering en dit laat bij hem diepe voren na.  Samen met zijn vrouw vestigt hij zich -na wat omzwervingen in Nederland- weer in Parijs. Het leven blijkt veranderd; hun vrienden zijn gestorven of vervreemd geraakt, hij omschrijft het zelf als “gesloten deuren”. Hij en zijn vrouw leven een vrij teruggetrokken bestaan. In de zomermaanden zijn ze in het zuiden, waar Wim Oepts zich oplaadt met indrukken en inspiratie. Gedurende de rest van het jaar, werkt hij aan de hand van deze schetsen. Langzaamaan gaat de zon weer schijnen, na de oorlogsjaren durft men weer omhoog te kijken. En Wim Oepts gaat het ook steeds meer voor de wind; Nederlandse kunsthandelaren ‘herontdekken’ zijn werk en het leven van het echtpaar Oepts wordt steeds comfortabeler.

De strijd in de man Wim Oepts is echter altijd zichtbaar. Met zijn ene been in Nederland, en het andere in Frankrijk. Het juk van figuratief werken, en later de keuze voor zijn eigen vrijheid. Kunst om van te leven, en kunst om vóór te leven. Wim Oepts weet als geen ander dat licht niet toont zonder donkerte, een contrast dat steeds weer terugkeert in zijn werken.  Zo ook in het werk dat momenteel bij Kunsthandel Mark Smit te zien is; de Pruisisch-blauwe/ zwarte partij in het midden trekt je aandacht en vestigt dan de spotlight op de rode lucht, de huizen en het gras. Nu te zien tijdens onze voorjaarstentoonstelling.

Landschap
Olie op doek 38 x 46 cm
gesigneerd rechtsonder en gedateerd ’67

Herkomst: Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam; Part. coll. Nederland.
Literatuur: M.L. van Aubel e.a., Willem Anthonie Oepts, Monografie en oeuvrecatalogus, Zwolle 2001, afbeelding pag. 201, cat. nr. sk.294.

Dit werk is niet meer beschikbaar.

Theo Wolvecamp – De vrije CoBrA-kunstenaar

Theo Wolvecamp – CoBrA-kunstenaar avant la lettre

Potverdomme! Dát had ik niet verwacht! Je schildert beter als die hele troep bij elkaar – Corneille kon zijn ogen niet geloven toen hij voor het eerst kennismaakte met het werk van Theo Wolvecamp. Dit was alles wat hij met zijn experimentele club voor ogen had. Spontaan, experimenteel en bovenal; het was vrij. Theo Wolvecamp gaf zijn fantasie vrij spel.

Wolvecamp werd geboren als Theo Wolvekamp in 1925. Hij begon al op jonge leeftijd te schilderen met olieverf, maar hij merkte dat hij handvatten nodig had. Tekenlessen, kennis van schilderkunst. Na de oorlog studeerde Theo Wolvecamp tweeëneenhalf jaar lang overdag en ‘s avonds aan de Academie in Arnhem. Wolvecamp deed z’n uiterste best om zich te conformeren. Maar het zat er gewoon niet in; hij kon zich gewoon niet onderwerpen aan de wil en wet van de tekenleraar. Eén van de docenten -Piet Landkroon- zag echter wel de potentie van Wolvecamps talent, en drukte hem op het hart om vooral zijn eigen weg te gaan, weg uit de bekrompenheid van Arnhem. Zo gezegd, zo gedaan; Theo Wolvecamp gooide het roer om. In zijn naam werd de plek van de ‘k’ ingenomen door de ‘c’, en in zijn leven maakte het keurslijf van de Academie plaats voor de vrijheid van zijn eigen ontwikkeling.

Hij trok naar Amsterdam, waar hij -gesteund door Piet Landkroon- in een atelier kon werken en zijn eigen artisticiteit kon gaan verkennen. Hij vond zijn inspiratie in onder meer schilders als Kandinsky, Miró, Klee en Picasso. Wolvecamp leerde kort daarop Corneille kennen, gewoon zomaar op straat. Via hem ontstond het contact met andere kunstenaars als Constant, Appel, Rooskens, Nieuwenhuys, Brands, Jorn.. De Experimentele Groep was halverwege 1948 een feit. En deze kunstenaars sloten zich in november 1948 ook aan bij CoBrA, waar met de overzichtstentoonstelling in 1951 alweer fluks een einde kwam. Maar de echo van CoBrA dreunde – ook bij Wolvecamp – nog lang na; het materiaal was de baas. Wolvecamps werk was gelaagd, pasteus en daardoor vol reliëf, soms donker en dan weer kleurrijk..

Theo Wolvecamp - Compositie

Na deze periode vertrok Theo Wolvecamp -met zijn vriend en wapenbroeder Karel Appel- naar Parijs. Hier werd het echter voor Wolvecamp evident; zijn ritme strookte niet met dat van de stad. Hij vestigde zich daarop weer in zijn geboorteplaats Hengelo. het Deldense bos gaf hem de rust die hij zo nodig had. Cobra was een groep van vrije geesten, maar bijna niemand was en bleef zo vrij als Wolvecamp, die zijn penseel oppakte om zich te laten verrassen met waar het hem mee naartoe zou nemen.