Jan Toorop

1858 - 1928
Klik op een kunstwerk voor meer informatie

Jan Toorop tekende vele portretten in opdracht. Hiervoor gebruikte hij potlood en zwart krijt, een moeilijk medium maar met het beste resultaat. Miek Janssen, zijn latere metgezel, vertelt dat Jan Toorop het liefst begon met het tekenen van de ogen, “het brandpunt der ziel”. Daarna tekende hij het gezicht, de haren en een deel van de schouders. Toorop over zijn portretten: “… Bij portrettekenen heb ik soms het gevoel of ik onder de guillotine zit, met het zwaard op mijn nek. Ik word dan gedwongen zoo scherp psychisch te kijken als maar mogelijk is; vaak lijkt het dan de heele fantasie naar de bliksem is, maar ik houd vol alles van mij weg te bannen en alleen maar de psyche van de mens uit te beelden en de persoon te doorboren zodat niets voor mij verborgen blijft..”. De geportretteerden kijken direct naar de schilder, zonder dat het te strak is. Op deze manier laten zij iets (zichzelf?) zien aan de schilder.