Marc Mulders kopen

Marc Mulders is een multitalent; hij is schilder, aquarellist, fotograaf en glazenier. De beslissing om te verhuizen van de hectiek van de Tilburgse binnenstad naar de serene rust van een afgelegen, landelijke omgeving heeft grote invloed gehad op zijn werk. Zijn kleurenpalet is lichter geworden. De zware, donkere kleuren van weleer hebben plaatsgemaakt voor levendig wit,
geel en pasteltinten als lila en roze. Dat is ook mooi te zien in dit recente schilderij A garden path uit 2019.

In zijn fantastische atelier, een grote boerenschuur op landgoed Baest gelegen tussen Tilburg en Eindhoven, kijkt Marc Mulders uit over weelderige bloemenvelden. Hij heeft de bloemen die hij ziet vanuit zijn atelier geabstraheerd tot spannende composities in pasteltinten, boordevol details. De schilderijen van Mulders zijn in de loop der tijd abstracter geworden, maar nog steeds speelt de rijkheid en de schoonheid van de natuur een bezielende rol. De Franse impressionist Claude Monet is voor de kunstenaar een belangrijke inspiratiebron. Niet verwonderlijk dus dat Marc Mulders zijn eigen tuin ‘my own private Giverny’ noemt, een verwijzing naar de beroemde tuinen van Monet in Giverny, het charmante Franse dorp zeventig kilometer ten westen van Parijs waar volgens Monet het mooiste licht van de wereld schittert.

Marc Mulders is ook een groot bewonderaar van Helen Frankenthaler (1928-2011), de Amerikaanse abstract-expressionistische kunstenaar die beroemd is om haar vloeiende vormen. Net als Frankenthaler zet Mulders tegenwoordig zijn schilderijen met verdunde verf op, om vervolgens daaroverheen de verf vol en pasteus aan te brengen.

Hendrik Willem Mesdag

Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) is een van de prominentste kunstenaars van de Haagse School. Als kunstenaar is Mesdag een laatbloeier. Hij start zijn loopbaan als effectenhandelaar, wat wellicht niet zo wonderlijk is: zijn vader is een Groningse bankier. Mesdag is al 35 jaar als hij besluit zijn hart te volgen en zich volledig te richten op de kunst. In Brussel volgt hij een driejarige kunstopleiding. Vanaf het einde van de jaren zestig van de negentiende eeuw legt hij zich toe op het zee- en strandgezicht. Hij huurt een kamer in Scheveningen met uitzicht op het strand om studies naar de natuur te maken. In 1869 vestigt hij zich definitief als schilder in Den Haag.

Mesdag wordt beschouwd als een van de beste zeeschilders die ons land ooit gehad heeft. Hij schildert ‘als drong de zilte zeelucht onze neusgaten en longen binnen, als voelen wij de frissche strandbries ons door de lokken spelen, als hoorden wij de branding ruischen en bruischen’, schrijft een tijdgenoot.

Hij heeft honderden zeegezichten gemaakt. Hij schildert de zee in elk seizoen, op elk tijdstip van de dag en bij elk weertype, met of zonder strand, met of zonder boten. Die boten schildert hij op volle zee, in de branding of als ze op het strand worden getrokken, want in die tijd is er nog geen haven in Scheveningen.

Mesdag schildert bovendien allerlei aspecten van het vissersleven: garnalenvissers, schelpenvissers, reddingsboten maar vooral bomschuiten bij het uitvaren of het thuiskomen. Ook de bedrijvigheid op het strand is een thema waar Mesdag zich graag mee bezighoudt. De vissersvrouwen in Scheveningse klederdracht doen hun werk op het strand, ze wachten tot de verse vis op het strand wordt uitgeladen en gesorteerd, paarden trekken de karren voort.

In 1870 wint hij met het zeestuk De branding van de Noordzee een gouden medaille op de Parijse Salon; in de decennia daarna zal hij nog vele malen voor die tentoonstelling geselecteerd worden, evenals voor de Biënnale van Venetië.

Natuurlijk kennen we Mesdag ook van het beroemde Panorama Mesdag (1881), dat vandaag de dag nog steeds te bezichtigen is in Den Haag. Het panaroma, een historisch monument waarbij Mesdag gebruik maakte van trompe-l’oeil, is een vergezicht op de zee, de duinen en het oude vissersdorp met de opkomende badplaats. Met zijn enorme afmeting van 120 bij 14 meter is het het grootste schilderij van ons land. Zijn vrouw Sientje van Houten – de Groningse kunstenares waarmee hij op 23 pril 1856 trouwt – heeft ook mee geschilderd aan het gigantische kunstwerk. Net als bijvoorbeeld George Hendrik Breitner.

Behalve een uitstekend kunstenaar is Mesdag een verwoed verzamelaar van kunst. Hij heeft een voorliefde voor schilderijen van de School van Barbizon. De meer dan tweehonderd kunstwerken heeft hij geschonken aan de Nederlandse Staat.

Nieuwe aanwinsten PAN Amsterdam

PAN Amsterdam, de belangrijkste nationale beurs voor kunst, antiek en design.
De PAN zal plaatsvinden van zondag 24 november t/m zondag 1 december in de RAI te Amsterdam. U vindt ons in stand 16.

Wij hebben mooie nieuwe aanwinsten van o.a. Johan Dijkstra, Hendrik Willem Mesdag, Louis Apol, George Martens, Isaac Israels, Marc Mulders, Jan Sluijters en vele anderen.

         

 

Ben Akkerman           Armando - Compositie rood

Ben Walrecht is een multitalent

Ben Walrecht is een multitalent met een grote passie voor water. Als zijn ouders omkomen bij een brand, wordt de jonge Walrecht ondergebracht bij familie in Amsterdam. Hij keert terug naar zijn geboortestad Groningen en rondt er de kunstnijverheidsschool af. Samen met een vriend begint Walrecht een reclamebureau. Daarnaast schildert hij.Begin 1936 wordt Walrecht lid van de Ploeg, de kunstenaarsvereniging in Groningen die zich sterk maakt voor betere tentoonstellingsmogelijkheden voor kunstenaars in de stad. In die tijd schildert Walrecht vooral portretten, Groninger stadsgezichten en landschappen waar vaak water een rol speelt.

Kenmerkend voor Walrecht is zijn vlotte, impressionistische manier van schilderen. Het hier getoonde schilderij is daar een prachtig voorbeeld van. Het water van het Paterswoldsemeer en de reflecties op het water zijn met losse toetsen geschilderd, in heldere kleuren. Walrecht houdt van de vrijheid op het water. Hij koopt een schip, de Catharina, waarmee hij Nederland doorkruist, vaak in gezelschap van andere kunstenaars, waaronder De Ploeg-collega Johan Dijkstra. Na de Tweede Wereldoorlog verruilt hij Groningen voor Amsterdam, waar hij zijn schip aanmeert aan de Keizersgracht. In 1952 verhuist hij naar het waterrijke Loosdrecht. Behalve schilder is Walrecht beeldhouwer, met een liefde voor materialen als brons en steen, maar ook hout en beton.

Wim Oepts, geschilderde strijd

Wim Oepts, de lichtschilder

Menigeen heeft het wel eens ervaren, het licht van de Provence en de Méditerranée. De tinteling die het teweegbrengt, op de huid en in de ziel. Het is poederachtig, warm, en vervormt alles -van bodem tot blauw hemelgewelf- tot een zachtere vorm van zichzelf. Het is fascinerend. De geur van de pijnbomen, van de warme, mineralige grond en van een lichte zeebries; het is simpelweg hypnotiserend. Het licht zorgt voor de schrille contrasten, voor de scherpe donkerten van de schaduwen. En het is precies dat licht, dat zo vormend is geweest voor Wim Oepts.

Frankrijk had een magische aantrekkingskracht op kunstenaars en ook Willem Anthonie Oepts liet het beslist niet ongeroerd. Wim Oepts begon zijn carrière als schilder in Nederland, maar na zijn eerste kennismaking met Frankrijk, was de inlijving begonnen; alsof het Franse leven hem langzaam maar zeker binnenhengelde, zo scheurde Oepts zich los van zijn Nederlandse leven. Van zijn Hollandse liefde, van zijn overtuigingen, van de invloeden van Charly Toorop en consorten. Het had zijn automatische piloot overgenomen, en intuïtief  ontwikkelt hij zich verder als schilder. Hij vindt Marthe, de vrouw van zijn leven, hij ontdekt door haar het Franse zuiden en geniet met volle teugen van alle indrukken.

Een grote schisis was de oorlog; Wim Oepts vertrekt naar Londen om te werken als ‘war artist’. Hij raakt betrokken bij de oorlogsvoering en dit laat bij hem diepe voren na.  Samen met zijn vrouw vestigt hij zich -na wat omzwervingen in Nederland- weer in Parijs. Het leven blijkt veranderd; hun vrienden zijn gestorven of vervreemd geraakt, hij omschrijft het zelf als “gesloten deuren”. Hij en zijn vrouw leven een vrij teruggetrokken bestaan. In de zomermaanden zijn ze in het zuiden, waar Wim Oepts zich oplaadt met indrukken en inspiratie. Gedurende de rest van het jaar, werkt hij aan de hand van deze schetsen. Langzaamaan gaat de zon weer schijnen, na de oorlogsjaren durft men weer omhoog te kijken. En Wim Oepts gaat het ook steeds meer voor de wind; Nederlandse kunsthandelaren ‘herontdekken’ zijn werk en het leven van het echtpaar Oepts wordt steeds comfortabeler.

De strijd in de man Wim Oepts is echter altijd zichtbaar. Met zijn ene been in Nederland, en het andere in Frankrijk. Het juk van figuratief werken, en later de keuze voor zijn eigen vrijheid. Kunst om van te leven, en kunst om vóór te leven. Wim Oepts weet als geen ander dat licht niet toont zonder donkerte, een contrast dat steeds weer terugkeert in zijn werken.  Zo ook in het werk dat momenteel bij Kunsthandel Mark Smit te zien is; de Pruisisch-blauwe/ zwarte partij in het midden trekt je aandacht en vestigt dan de spotlight op de rode lucht, de huizen en het gras. Nu te zien tijdens onze voorjaarstentoonstelling.

Landschap
Olie op doek 38 x 46 cm
gesigneerd rechtsonder en gedateerd ’67

Herkomst: Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam; Part. coll. Nederland.
Literatuur: M.L. van Aubel e.a., Willem Anthonie Oepts, Monografie en oeuvrecatalogus, Zwolle 2001, afbeelding pag. 201, cat. nr. sk.294.

Dit werk is niet meer beschikbaar.

Theo Wolvecamp – De vrije CoBrA-kunstenaar

Theo Wolvecamp – CoBrA-kunstenaar avant la lettre

Potverdomme! Dát had ik niet verwacht! Je schildert beter als die hele troep bij elkaar – Corneille kon zijn ogen niet geloven toen hij voor het eerst kennismaakte met het werk van Theo Wolvecamp. Dit was alles wat hij met zijn experimentele club voor ogen had. Spontaan, experimenteel en bovenal; het was vrij. Theo Wolvecamp gaf zijn fantasie vrij spel.

Wolvecamp werd geboren als Theo Wolvekamp in 1925. Hij begon al op jonge leeftijd te schilderen met olieverf, maar hij merkte dat hij handvatten nodig had. Tekenlessen, kennis van schilderkunst. Na de oorlog studeerde Theo Wolvecamp tweeëneenhalf jaar lang overdag en ‘s avonds aan de Academie in Arnhem. Wolvecamp deed z’n uiterste best om zich te conformeren. Maar het zat er gewoon niet in; hij kon zich gewoon niet onderwerpen aan de wil en wet van de tekenleraar. Eén van de docenten -Piet Landkroon- zag echter wel de potentie van Wolvecamps talent, en drukte hem op het hart om vooral zijn eigen weg te gaan, weg uit de bekrompenheid van Arnhem. Zo gezegd, zo gedaan; Theo Wolvecamp gooide het roer om. In zijn naam werd de plek van de ‘k’ ingenomen door de ‘c’, en in zijn leven maakte het keurslijf van de Academie plaats voor de vrijheid van zijn eigen ontwikkeling.

Hij trok naar Amsterdam, waar hij -gesteund door Piet Landkroon- in een atelier kon werken en zijn eigen artisticiteit kon gaan verkennen. Hij vond zijn inspiratie in onder meer schilders als Kandinsky, Miró, Klee en Picasso. Wolvecamp leerde kort daarop Corneille kennen, gewoon zomaar op straat. Via hem ontstond het contact met andere kunstenaars als Constant, Appel, Rooskens, Nieuwenhuys, Brands, Jorn.. De Experimentele Groep was halverwege 1948 een feit. En deze kunstenaars sloten zich in november 1948 ook aan bij CoBrA, waar met de overzichtstentoonstelling in 1951 alweer fluks een einde kwam. Maar de echo van CoBrA dreunde – ook bij Wolvecamp – nog lang na; het materiaal was de baas. Wolvecamps werk was gelaagd, pasteus en daardoor vol reliëf, soms donker en dan weer kleurrijk..

Theo Wolvecamp - Compositie

Na deze periode vertrok Theo Wolvecamp -met zijn vriend en wapenbroeder Karel Appel- naar Parijs. Hier werd het echter voor Wolvecamp evident; zijn ritme strookte niet met dat van de stad. Hij vestigde zich daarop weer in zijn geboorteplaats Hengelo. het Deldense bos gaf hem de rust die hij zo nodig had. Cobra was een groep van vrije geesten, maar bijna niemand was en bleef zo vrij als Wolvecamp, die zijn penseel oppakte om zich te laten verrassen met waar het hem mee naartoe zou nemen.